Oorsprong en inleiding:

De degoes leefden in groepen van soms wel honderd stuks of meer in het Andesgebergte van Chili. Ze leefden meestal ondergronds om zich te verschuilen voor roofvogels en ze aten verdord gras, struikjes en een soort cactus. De degoe is de neef van de cavia en zit in de groep van de struikratten.

Van uitzicht is hij iets tussen een chinchilla en een cavia, heeft een grijsbruine vacht en de buik is beige geel en hij is zo’n 14-20cm lang. De vacht is helemaal gespikkeld met aan de toppen van de haartjes kleine zwarte puntjes. De degoe heeft ook een weinig behaarde, geschubde  staart met op het einde een bosje haar.

Degoes zijn dagactieve dieren , erg levendig en nieuwsgierige dieren. Het zijn echter geen knuffeldieren en worden niet graag vastgepakt. Ze kunnen bij momenten ook heel wat kabaal maken onderling en ze klimmen en klauteren graag wat ze leuk maakt om naar te kijken.

Pak een degoe nooit bij zijn staart . Deze kan losbreken en groeit nooit meer terug. Zijn staart gebruikt hij om zijn evenwicht te bewaren. Zonder staart kan dat wat problemen veroorzaken.

Degoes zijn sociale dieren  en moeten minstens per twee gehouden worden om gelukkig te zijn. Zijn levensverwachting is ongeveer 5 a 9 jaar .

Huisvesting :

Een grote tralieskooi  met een stevige knaagbestendige onderbak met een mimimum afmeting van 70 x 40 x 70cm  voor twee degoes is noodzakelijk. Een voliere mits enige aanpassingen is ook geschikt. Zet de kooi op een tochtvrije plek , niet te dicht bij de verwarming of in direkt zonlicht en liefst op een verhoog  zoals een kastje en niet op de grond. Voorzie de kooi van voldoende knaag- mogelijkheden en speeltjes zoals plankjes, laddertjes, wilgetakken of fruitboomtakken, hangmatten, buizen, nestkastje, een looprad,...

Speeltjes van stro , een knaagsteen om hun tanden te scherpen , … Kijk ook eens bij de speeltjes voor papegaaien of fretten .Deze zijn dikwijls heel geschikt. Als bodembedekking zijn houtkrullen , geperste houtkorrels of Aubiose geschikt. De beste bodembedekker qua absorptie vermogen en geurverdrijver is Aubiose .Dit is praktisch ook stofvrij. Degoes graven ook graag ,dus een dikke bodemlaag is aan te raden. Hooi is noodzakelijk om aan te knagen en als nestmateriaal. Degoes zijn ook dol op papierstroken en kartonrolletjes om mee te spelen, te verscheuren en om aan te knabbelen. Een dagelijks zandbad met chinchillazand mag ook niet ontbreken. Het zand moet wel geregeld gezeefd worden.

Voeding :

Degoe zijn gewoon aan een karig weinig calorierijk menu. Het beste voer is speciaal degoevoer te vinden in de betere dieren -speciaalzaak of in noodgeval kan caviavoeding ook dienen, altijd samen met hooi. Gebruik voor het hooi best een hooibal, anders smijten ze het overal rond.

Degoes zijn zeer gevoelig aan suikerziekte .Geef dus geen voeders die veel suikers bevatten zoals rozijnen , rozebottels, pruimen, bosbessen. Als extra en in beperkte mate mag ook wat gras , graszaden , klaver ,paardenbloem+blaadjes, sla, witloof, tomaat , droog brood , spaghettistengels,  ei, kaas, appel gegeven worden. Absoluut niet geschikt zijn: kool, dennenzaden , zonnebloempitten, noten, chocolade en ander menselijk snoepgoed. Ze eten echter alles wat ze vinden of krijgen. Ze knagen ook graag aan kabels en kasten. Dus opgelet als je ze los laat lopen !